Delen

Transcript podcast #12: “Oudere lesbische vrouwen zijn onzichtbaar, ook in de zorg”

Magda: “Ik heb het iedere keer weer, ik kreeg een nieuwe huisarts, halfjaar, driekwart jaar geleden, en toen dacht ik: ‘O God, ook weer iemand, die weet natuurlijk een heleboel van alle kwaaltjes die ik heb’. Die moet op een gegeven moment toch weten dat ik met een vriendin leef. Hoe doe ik dat? En die man is eigenlijk tegemoet komen door te zeggen van: ‘oh u bent mevrouw .., hup, hup, hup, hup, hup, zo allerlei gegevens en u woont samen met een vriendin, zie ik’.”

“Toch weer zo’n 1000 kilo viel er van mij af! En ik zei toen tegen hem: u moest eens weten hoe belangrijk het voor mij is dat u mij die hand reikt.”

Angelique: “Aan het woord is Magda Römgens, 85 jaar. We spreken haar aan haar eigen keukentafel. Zij is lesbisch, maar pas op latere leeftijd ontdekt ze dat ze op vrouwen valt.”

“Ze heeft alles zelf moeten uitvinden op dat vlak. Nu heeft ze een missie: aandacht vragen voor de LHBTI-gemeenschap in het verzorgingshuis. Aan de zorg voor hen kan nog veel verbeteren. En Magda weet hoe.”

“Dit is ‘Komt een mens bij de dokter’. En ik ben Angelique Houtveen. In deze podcast horen we verhalen uit de spreekkamer. Intieme, ontroerende en opzienbarende verhalen. Van mensen die lang niet altijd de hulp krijgen die ze nodig hebben.”

“Magda heeft op haar 85ste een druk bestaan. Ze is slecht ter been, maar dat weerhoudt haar er niet van om aan het werk te blijven.”

“Zij woont samen met Mien, haar grote liefde. De twee zijn al meer dan veertig jaar gelukkig samen. Magda’s levensloop heeft veel overeenkomsten met die van andere lesbische vrouwen van haar leeftijd. Haar generatie groeide op met een groot taboe.”

Magda: “Nee, het bestond niet, tussen aanhalingstekens hè, maar deze wereld, deze vorm van liefhebben, die bestond niet in mijn beleving.

Angelique: “Voordat Magda openlijk als lesbische vrouw door het leven gaat, is er heel wat gebeurd.”

“Ze groeit op in het zuiden van het land bij conservatieve ouders. Daarna wordt ze opgeleid tot leerkracht en gaat met plezier in het onderwijs werken. Tot ze een leuke “meneer” tegenkomt.”

Magda: “Toen ik trouwde met een meneer, toen was het nog gebruikelijk dat je het ontslag kreeg op je trouwdag of vlak daarvoor en ik heb toen net zo als zeg maar mijn leeftijdgenoten, dat ontslag geaccepteerd, maar ook gewoon gevonden. En ben in de rol van huisvrouw en moeder gestapt. We hebben drie kinderen gekregen en dat was eigenlijk heel leuk, maar ik heb me al heel vroeg de vraag gesteld is dat het nou. Van binnen uit, mijn hele opvoeding, mijn hele leefwereld was het beeld van de traditie, huisvrouw, moeder en dan houdt het leven op, tenminste als je heel oud mag worden.”

Angelique: “Dat ze wel eens lesbisch zou kunnen zijn, komt niet in Magda op.”

Magda: “Ik ben als 12-, 13-jarige wel achteraf zeg ik nu, heel verliefd geweest op een meisje wat naast me zat, in de klas en eh, dat is vlak na de oorlog geweest. We hadden toen nog niet veel lesmateriaal en we zaten in dezelfde bank. We hadden geen stoeltjes, maar een bankje waar je met z’n tweeën in zat. En ik vond de aardrijkskundeles, dat vond ik de mooiste les van de hele lesweek, want wij hadden maar één atlas. En die moesten we met z’n tweeën gebruiken en dan moesten we dichter bij elkaar schuiven en dat deed ik dus heel graag want dan zat ik heel dicht tegen haar aan en zij schoof niet weg. Het was ook een heel natuurlijk gebeuren, zonder dat daar de lading van erotiek of seksualiteit bij zat. Ik vond het gewoon heerlijk om echt dicht naast haar te kruipen.”

Angelique: “Is de verliefdheid, achteraf gezien, wederzijds? Magda weet het niet. Ze heeft er geen radar voor.”

Magda: “Ik heb daar niets van gemerkt. En ik, als je praat over wederzijds of zij ook verliefd was op mij, eigenlijk denk ik van niet. En waarom ik dat denk, weet ik niet. Maar die aantrekkingskracht tussen ons tweeën, die heb ik niet gevoeld. Ik denk dat het dan duidelijker was geweest dat er iets aan de hand was, want ik weet wel dat mijn ouders ook in die periode eigenlijk een soort bescherming trokken tussen mij en vriendinnetjes. Dus kennelijk met meer meisjes, niet dat ik daar verliefd op was of daar aanleiding toe gaf. Dat, dat weet ik eigenlijk niet, maar ik weet wel dat toen ik een jaar of 15 was, dat er een bepaalde vriendin was en die woonde verder weg en dan zei ik weleens mag ze blijven logeren? Dat mocht niet.”

“Ik probeer echt dan in hun taal en in hun belevingswereld te duiken, want dat fenomeen homoseksualiteit of lesbisch zijn, dat speelde niet, terwijl er wel in de oorlog twee vrouwen zijn afgevoerd die op hetzelfde adres woonde, die nooit meer terug zijn gekomen. En daar is nooit meer over gepraat. Ik denk eigenlijk dat er een vaag begrip is geweest voor dit, deze vorm van liefhebben, maar daar zaten zoveel veroordelingen en taboes. En nou, dat was zoiets afschuwelijks dat ze het ook onbewust bijna buiten hun wereld hebben willen houden.”

Angelique: “Vrouwelijke seksualiteit wordt weggedrukt in die tijd. Dat vrouwen plezier aan seks kunnen beleven is taboe. Dat bemoeilijkt de zoektocht voor Magda naar wie ze is.”

“In die tijd is het leven van een vrouw vooraf uitgestippeld: trouwen, kinderen krijgen, huishouden. De grootste angst van haar ouders: dat ze geen man kan krijgen.”

Magda: “Want wat hierin meespeelt, waar ik heilig van overtuigd ben, maar de wetenschap heeft mij dat nog nooit bewezen, is dat de vrouwelijke seksualiteit ondergewaardeerd werd of niet erkend werd, of met zo’n wegwuifhandje. We zullen het naar het rijk van de fabelen [verwijzen]. Die seksualiteit die vrouwen beleven, dus ook in de heteroseksualiteit, bijna alsof het niet bestond, en vrouwen die getuigde van het feit dat ze het wel lekker vonden. Nou, ik weet zeker dat die bij mijn ouders en de in de sfeer de hè, het milieu van ik uitkom, dat waren meteen vrouwen – die speelde de hoer en dan was dan hun verklaring.”

“Ja, ik ben de oudste van drie en mijn twee jongere zussen zijn echte, mooie meisjes, mooie vrouwen en ik was meer een doorsnee typ. En maar ja, dat is mezelf in m’n gezicht gezegd door mijn vader van: ‘Nou, we moeten maar eens kijken of jij kunt trouwen’. Als jij nou zorgt dat je in het onderwijs terecht komt of motivatie […], als je nu zorgt dat je in het onderwijs terechtkomt, dan kun je voor je eigen dak boven je hoofd zorgen. En dan is het geen drama als jij niet trouwt en mijn ouders hebben heel veel moeite met mijn uiterlijk gehad.”

“Het is echt heel pijnlijk en dat is nu nog iets wat ik voel ik, het kost me ook moeite om het over te brengen of om het te benoemen, want dat is een ontzettend zere plek in m’n leven. Dat ik op die manier bekeken werd door mijn ouders en mijn vader sprak het uit en mijn moeder bevestigde het door enorm, dus met kleding te zorgen, want niks zat kennelijk goed bij mij en dan moest hier nog een naadje of daar nog een knoop.”

Angelique: “Magda wil niet vertellen hoe haar eerste relatie, met een man, ontstaat. Om zijn privacy te beschermen.”

“Kort gezegd: met haar aanstaande echtgenoot kan ze het goed vinden. Ze ziet geen beren op de weg. Als ze 26 jaar is, trouwt ze met hem.”

Magda: “Ik vond het heel wat, alle aandacht die ik van hem kreeg en de manier waarop we met elkaar omgingen en ik had met hem ook veel meer een contact, dat klinkt meteen zo zweverig als je het zo zegt: ‘geestelijk,’ maar dat was echt zo. We lazen boeken, we lazen dezelfde boeken. We bezochten dezelfde concerten en op dat niveau en op een gegeven moment ook op religieus en politiek terrein. Daar vonden we mekaar als hele goeie vrienden. Dus we hebben zeker de eerste, ja, ik kan eigenlijk wel zeggen, we hebben zeker tien jaar een uitstekende relatie gehad. Die ook in die zin bevredigend was, dat we blij waren met elkaar, dat het fijn was om elkaar te kennen. Toen we kinderen kregen, toen had ik een hele lieve, warme maat die naast me stond.”

“Zeker de eerste jaren, ik moet wel zeggen dat we van tussen ons tweede en derde kind hebben we nog een kindje gehad. Die is overleden, was een ziek kindje, met een hartkwaal. En dat overlijden, daar is onze breuk ontstaan en dat is eigenlijk het moment waarop we ook andere wegen in – in denken en voelen. Dat is de start geweest, daarvan, dat overlijden. We konden mekaar niet meer bereiken.”

“Nee, het was heel verdrietig, hij trok zich helemaal terug in zichzelf en ik schreeuwde om aandacht en had hem verschrikkelijk hard nodig. Hij kon dat niet en dat is echt een heel verdrietig punt geweest.”

Angelique: “De verwijdering is blijvend. Na een jaar of acht durft Magda het aan om te gaan scheiden. Gevoelens voor vrouwen spelen niet mee, dat komt later.”

Magda: “Dat was slapend, in die zin dat ik heel veel, ik was heel actief in de vrouwenbeweging. Ben lid geweest, van man-vrouw-maatschappij, ik denk dat ik bij één van de eerste leden hoorde. Was ik heel actief in en daar kreeg ik een enorme erkenning voor mezelf en die verborgen gevoelens. Niet van seks, homoseksualiteit. Maar gevoelens van: ik wil weer aan het werk, ik wil niet alleen moeder zijn, ik wil niet alleen maar bedden opmaken en ramen lappen. Ik wou iets met de kwaliteiten die ik ook had, en daar beantwoordde die emancipatiestrijd zo voor honderd, voor duizend procent aan.”

Angelique: “Ze zit nog midden in de scheiding, met al het geregel en alle ellende van dien.”

“Dan komt er op haar 41ste een nieuwe liefde in Magda’s leven. Een keerpunt. Tot haar grote verrassing wordt ze plotsklaps verliefd op een vrouw. Tijdens een werkbijeenkomst krijgt ze Mien in het vizier.”

Magda: “Op een gegeven moment staat een mevrouw koffie te schenken en ik zie die mevrouw en toen was ik verkocht. Stapelverliefd. Gewoon dat gebaar van koffieschenken, de houding, en toen dacht ik: ‘Mmm, dit is verliefd zijn, dit is verliefd zijn. En dan krijg je die uitdrukking van vlinders in je buik en dat soort gekriebel allemaal. Nou, dat had ik van kop tot teen.”

“En, eigenlijk is het toen begonnen en het is niet meer opgehouden, we zijn nog bij elkaar. Wat ik heel erg belangrijk voor mezelf vond was, het herkennen: oh, dat had ik als kind. Dat had ik. Ik ben naderhand nog wel eens op een ander meisje verliefd geweest, zonder dat ik wist dat het zo was. Maar toen ik Mien ontmoette en voelde wat ik voelde, toen dacht ik: ik weet best verliefd zijn is. Ik ben het alleen op deze manier nooit geweest.”

Angelique: “De liefde sleept Magda door een moeilijke periode. Haar man is altijd een betrokken vader geweest. Maar hij heeft al snel een ander en gaat aan de andere kant van het land wonen.”

“De opvoeding komt op haar neer. Ze heeft veel zorgen om de kinderen.”

Magda: “Toen ik zo verliefd was, was dat zo geweldig voor mij, waardoor ik al die zorgen. Die heb ik kunnen dragen, dankzij het feit dat ik, me ook gesteund voelde door de vriendin, maar ook door weten: dit ben ik, dit ben ik en daarin ben ik ook sterk en kan ik ook heel veel. Want ik heb nooit getwijfeld aan dit, aan deze manier van voelen. Vanaf dat ik wist, dit is het en zo zit je gewoon in mekaar. En wat de hele wereld denkt, dat denken ze dan maar, dat zoeken zij maar uit, maar ik weet dat het zo klopt.”

Angelique: “Samenwonen met een vrouw is dan nog niet aan de orde. Zover is Magda nog niet.”

“De kinderen denken in het begin dat Mien gewoon een goede vriendin is.”

Magda: “Mien, die kwam binnen en die deed spelletjes en die sprong met ze op de tafel en onder de tafel, en die deed hele vrolijke, leuke dingen met die kinderen. Dus die kinderen, die hadden zoiets van: dat mens willen we wel en die mag veel vaker komen. En ik denk dat met name de oudste wel iets door heeft gehad. Dat is een hele wijze, was toen een heel wijs kind. Maar daar is in die zin niet over gepraat totdat er een keer gezegd is: ‘Mama, je hebt wel een bijzondere vriendin’. Dat vond ik zo’n mooie omschrijving. ‘Ja’, zeg ik, ‘Ik heb een bijzondere vriendin’. ‘En die blijft hier ook wel eens slapen, hè?’ ‘Ja, die blijft slapen. Hoe vinden jullie dat?’ ‘Oh, fijn, fijn, want dan kunnen wij spelletjes met haar doen’.

Angelique: “Mien blijft voor de jongste twee de “goede vriendin” die leuke spelletjes met hen doet. Maar op een gegeven moment beginnen ook zij door te krijgen dat het meer is dan vriendschap.”

Magda: “Maar dat begin is heel leuk geweest en toen ze op een gegeven moment beseften wat er aan de hand was. Want daar is bij de afwas, tijdens het gebruiken van de theedoek werd dan wel eens gezegd van: ‘Je houdt wel veel van Mien, hè’? ‘Ja, ik houd veel van Mien en Mien ook veel van mij. En op school is voor de eerste keer het woord lesbisch gebruikt. Dat heb ik dus thuis niet ingevoerd, omdat ik bang was dat ze daarmee een lading op zich kregen waarvoor ik ze eigenlijk wilde beschermen. Dat kun je niet, want ze zijn op school en de buren, die hadden heel veel moeite mee. Daar is echt het zinnetje gezegd: ‘Ze gooit haar vent, letterlijk, ze gooit haar vent eruit en ze haalt een wijf erin’. Leuk hè, een keurig nette buurt met allemaal hele nette mensen. Maar goed. Ook dat gebeurt.”

Angelique: “Als Magda in het ziekenhuis ligt voor een operatie staan haar ouders voor de deur. Mien is thuis met de kinderen en doet de deur open.”

“Daarna volgt een ijzig bezoek aan het ziekenhuis.”

Magda: “Dat vergeet ik nooit meer. Ze kwamen met z’n vieren, mijn twee zussen kwamen ook mee, mijn vader liep voorop en achter hem mijn moeder. Het was alsof er een bevroren gezelschap naar binnenkwam. Dat zij in shock waren, snap je, nu. Maar ik lag met een vrij pittig operatie en heb daar helemaal niet op deze manier bij stilgestaan. Het was verschrikkelijk en na een uurtje zijn ze gegaan en toen ik een paar weken daarna thuis was, is er alleen telefonisch contact geweest. En op een bepaald moment heeft mijn vader de telefoon overgenomen en gezegd: ‘Mag, ik heb een serieuze boodschap voor je. Kom aanstaande zaterdag eens een keer naar Kerkrade toe. Wij willen met je praten’.”

“Nou, ja, toen heb ik gezegd: ‘Papa, wat is aan de hand? Ben je boos op me?’ En toen zei die: ‘Er is iets heel vreemds gaande! Wat doet die, juffrouw, bij jou daar in huis. Als ik dat dan zeg dan denk ik, het is toch te gek voor woorden, maar voor hun was het een vreemde juf. Maar terwijl het mijn geliefde was, verschrikkelijk! We hebben ruzie gekregen aan de telefoon, dat heeft vijf jaar geduurd. Ik heb uiteindelijk een brief geschreven en daar hebben ze godzijdank goed op gereageerd. Mijn moeder belde huilend op: ‘Mag, wat een lieve brief en zo blij. Papa vindt het ook goed als jullie samen komen. Dat is zo’n belangrijk moment geweest, dat mijn ouders weer in staat waren om de deur te openen voor ons tweeën.”

Angelique: “De eerste keer dat Magda samen met haar vriendin bij haar ouders op bezoek gaat, neemt haar vader Mien meteen mee naar de voorkamer. Om over mannenzaken te praten, zoals auto’s.”

“Stereotyperend, maar Magda vindt het tegelijkertijd heel roerend. Het is zijn manier van ‘t accepteren.”

“Er vloeien tranen die dag. Sindsdien leeft Magda openlijk samen met een vrouw.”

“Nu ze in de tachtig is, is daar nog een dimensie bij gekomen: ze zet zich in voor ‘roze ouderenzorg’.”

“Samen met collega’s reist ze door het land met de Tour d’Amour. Een ludieke manier om aandacht te vragen voor een serieuze kwestie.”

Magda: “Één van de belangrijkste dingen die ik eigenlijk ontdekt heb, is dat oudere lesbiennes, homo’s, transgenders en alle mensen die bij deze community horen, dat die in de wereld van de verzorging – zodra oud worden ook handicaps met zich meebrengt en je dus in die wereld van de verzorging terechtkomt -, daar zijn we een onbekende, een onbenoemde groep. Terwijl je zou zeggen, in deze tijd, we hebben hier toch heel veel bereikt, homo zijn is niet meer dat wat het vroeger was.”

“Eigenlijk is dat een soort startpunt geweest voor één van de activiteiten waar ik het op dit moment het drukst mee heb en we zijn dus een tour gestart: de Tour d’Amour. En daarin gaan wij zowel naar verzorgings- en verpleeghuizen, maar wij worden ook gevraagd op hbo-opleidingen voor mensen die in de zorg- of in de hulpverlening terechtkomen, om die erop te wijzen dat wij, roze mensen, er zijn.”

Angelique: “Tijdens deze lessen aan toekomstig verpleegkundigen, fysiotherapeuten en huisartsen legt Magda uit hoe ze lesbische vrouwen op hun gemak kunnen stellen – en hen beter van dienst kunnen zijn.”

“Haar generatiegenoten zijn gewend om hun seksuele oriëntatie te verbergen, om altijd op hun hoede te zijn. Zelfs Magda betrapt zich er nog altijd op. Terwijl ze er nota bene haar werk van heeft gemaakt om aandacht te vragen voor dit taboe.”

Magda: “Ik ben jaren lid geweest van een zwemgroep voor ouderen, met speciaal aangepaste oefeningen, en weet ik veel. Ik zeg, het heeft me maanden gekost. Als het zwemmen afgelopen was, gingen we altijd koffie drinken samen en ik deed daaraan mee, omdat ik het ook wel gezellig vind, maar je hoort er, ik hoor mijn eigen stem alweer aarzelen, en.”

“Maar ik zat daar met een ja, echt een gewrongen, akelig benauwd gevoel. Het zat echt tot hier, ik kneep helemaal dicht. Ik heb daar met wat mensen over gepraat, hè, dus in m’n eigen omgeving. En iemand zei: wat moet je nou doen om daar doorheen te komen? Ik zei: ‘Ik moet het gewoon een keer zeggen, al zeg ik maar dat ik bang ben om het te vertellen. Ik heb dus de eerstvolgende keer – tijdens die zwemles kreeg ik helemaal kramp omdat ik bang was voor dat moment. En toen zei ik: ‘Jongens, ik wil jullie eigenlijk iets vertellen waar ik een beetje moeite mee heb’. ‘Oh’, zegt een vrouw naast me, ‘doe niet zo moeilijk, je wil zeker zeggen dat je een vriendin hebt’. Nou, ik was met stomheid geslagen. ‘Dat weten we toch al lang’. Nou, ik zal je eerlijk zeggen, ik heb me geschaamd voor mezelf.”

Angelique: “Ook in de zorg loopt Magda hier tegenaan, net als haar generatiegenoten. Ze durft niet goed kenbaar te maken dat ze lesbisch is.”

“Een arts die haar tegemoet komt, dat helpt.”

Magda: “Ik heb het iedere keer weer, ik kreeg een nieuwe huisarts. Halfjaar, driekwart jaar geleden. En toen dacht ik: ‘O God, weer iemand en die weet natuurlijk een heleboel van alle kwaaltjes die ik heb. Die moet op een gegeven moment toch weten dat ik met een vriendin leef. Hoe doe ik dat? En die man is mij eigenlijk tegemoet gekomen door te zeggen van: ‘Oh, u bent mevrouw …, hup, hup, hup, hup, hup, zo allerlei gegevens en u woont samen met een vriendin, zie ik’.

“Toch weer zo’n 1000 kilo viel er van mij af! En ik zei tegen hem: ‘U moest eens weten hoe belangrijk het voor mij is dat u mij die hand reikt’.

“Want ik heb het met hem erover gehad hoe bevrijdend het voor me was. Ik zeg: ‘U moest eens weten, er valt 1000 kilo van me af. En dan denk ik heerlijk als we die generatie krijgen, die er vanuit gaan dat er allerlei mogelijke vormen van liefde bestaan. Want waar ben je bang voor? Je bent bang om weer veroordeeld te worden, terwijl ik dat niet eens persoonlijk heel erg heb meegemaakt, behalve dat mijn ouders, want dat is echt ernstig geweest.”

“We zijn d’r niet, we zwijgen. Wij weten er ook geen raad mee. En dat geldt niet voor iedereen, er zijn ook genoeg oudere homo’s, met name homo’s die er makkelijk voor uitkomen.”

Angelique: “Magda’s levensloop staat symbool voor lesbische vrouwen van haar generatie: opgegroeid in een conservatief milieu, getrouwd, kinderen gekregen.”

“Ze is gewend zich aan te passen aan een heteronormatieve maatschappij.”

“De schaamte en de angst voor afwijzing zijn nooit verdwenen. Het is een tweede natuur geworden, een manier van overleven om haar ware aard te verbergen.”

“Dit maakt lesbische vrouwen veelal onzichtbaar in de ouderenzorg. Ze maken zich immers niet kenbaar. Maar er is wat aan te doen.”

Magda: “Bij de intake, die eeuwige vraag van: u bent mevrouw dat en wie is uw man? In mijn geval zeggen ze ook ‘leeft uw man nog’? Nou, dan word ik eigenlijk witheet. Het is goed dat ik tegenwoordig wat kwaaier durf te worden, want dan durf ik het misschien ook eerder aan te kaarten. Maar in principe moeten ze niet meer praten over: ‘Leeft je man nog?’, maar moeten ze leren zeggen: ‘Leeft uw partner nog’? Bent u al lang samen met uw partner?’. En via die weg ingaan op de feitelijke situatie.”

“Want er zijn ook oudere mensen, ook van mijn generatie, die dat niet willen zeggen.”

“Het is echt heel moeilijk. Als een man zegt: ‘Hij is mijn vriend’, dan denk je eerder aan: ‘Oh, dat is een aparte relatie’, dan een vrouw die zegt: ‘Zij is mijn vriendin’.

Angelique: “Om LHBTI-personen te laten weten dat zij welkom zijn en geaccepteerd worden, bestaat sinds 2010 de Roze Loper. Een keurmerk speciaal voor zorg- en welzijnsinstellingen.”

“Iets dat volgens Magda echt waardevol is.”

Magda: “Het is maar een klein symbool. De Roze Loper-sleutel, roze sleutel waaruit uit hun handelingen en uit hun notities en die beleidsstukken blijkt dat ze homo-vriendelijk zijn.”

“Nou, wat ik heel opvallend vindt en dat is ook een vraag die regelmatig terugkomt als we met de Tour d’Amour bezig zijn. Daarbij vragen we: hangt hier een regenboogvlag? Bij die huizen hangen heel vaak vlaggen, maar hang er één regenboogvlag tussen. Dan weten wij als mensen, als je bij de club hoort, hé, ze hebben op z’n minst over ons nagedacht. Ik ga eens kijken wat ze te bieden hebben. Dus dat geeft een soort link. En tegelijkertijd, doordat je die vlaggen ophangt en één of andere kwibus die binnenkomt en zegt: ‘Waarom hebben jullie zulke vlaggen hangen?’, wordt erover gepraat.”

Angelique: “Wat voor soort verzorgingshuis zou Magda zelf fijn vinden? Haar droombeeld is bescheiden.”

Magda: “Nou, ik zou heel erg fijn vinden als ik op de één of andere manier het gevoel krijg, hier kan ik gewoon een foto van Mien hangen. Ik zal niet gauw een hart-werk of zoiets hangen, dat past niet bij me. Maar die foto is dan toch iets bijzonders. En dan niet een foto van haar en mijn kinderen meteen erbij. Nee, echt een foto van haar en dat ik me niet bang, of me onzeker voel, als iemand dan binnenkomt en zegt: ‘Oh mooie foto, is dat een vriendin van vroeger, of zo?’”

“Ik zou eigenlijk willen dat diegene eigenlijk al aan voelt, dat is op jouw manier iets bijzonders geweest.”

Angelique: “Magda is er trots op dat ze als boegbeeld fungeert. Ze blijft dit werk doen, tot ze erbij neervalt.”

Magda: “Ik ben er trots op, ben er ook blij om. Weet je, ik ben bijna 85 en ik kan dat nog en soms ben ik daar heel verbaasd over. Ook als je een compliment krijgt of zoiets, dan denk ik: ja, maar het is zo’n voorrecht dat ik dit nog kan doen.”

Angelique: “Je hoorde Magda Römgens.”

“Meer weten over deze podcast? Kijk dan op komteenmensbijdedokter.nl. Je vindt hier uitgebreide informatie. Over hoe je de zorg krijgt die je nodig hebt.”

“Deze podcast is een initiatief van de Alliantie Gezondheidszorg op Maat. Mijn naam is Angelique Houtveen.”

De Tentoonstelling

In de ‘Komt een mens bij de dokter’-tentoonstelling zie en lees je de verhalen van mensen die, hoe verschillend ze ook zijn, één ding met elkaar gemeen hebben: ze zoeken naar passende zorg.