Delen

Bart vroeg laat hulp voor zijn depressies

Onbegrip

Mijn depressies begonnen rond mijn vijftiende. Een ruzie in mijn vriendengroep zag ik als mijn schuld en ik begon steeds meer negatieve gedachten over mezelf te ontwikkelen. Ik was niet leuk, zag er niet goed uit, was niks waard. In mijn moeders familielijn komen depressies voor en ze kampt er zelf ook mee. Omdat ze mij en mijn zusje daar niet mee wilde belasten, sprak ze er nauwelijks over. Ook bij mijn vader kon ik niet terecht. Hij begrijpt depressiviteit niet.

De drempel om hulp te zoeken

Omdat ik er thuis niet over kon praten, was de drempel om hulp te zoeken hoog. Ik vond dat dit probleem mijn eigen schuld was en ik moest het maar zelf oplossen. Ik verweet mezelf vervolgens dat dat niet lukte en zo raakte ik in een neerwaartse spiraal.

Lange wachtlijst

Op mijn negentiende kón ik niet meer en ging ik naar de huisarts. Hij kent me al mijn hele leven en was heel lief. Ik was zo neerslachtig dat ik dacht: laat me alsjeblieft íets van hulp krijgen, al is het maar een intakegesprek. Ik had een sprankje hoop nodig. Maar bij de GGZ was een wachtlijst van een half jaar. Het was een grote stap geweest om hulp te vragen en het vooruitzicht om zo lang te moeten wachten was heel zwaar. 

Stel je niet aan!

De intake was een deceptie. Ik had het gevoel dat ik als een nummertje werd behandeld. De sfeer was kil en analytisch. Er kwam geen: wat náár voor je. Wel merkte de intaker op dat ik nog studeerde en zelfs een vriendinnetje had, en dat het dus helemaal zo slecht niet ging. Het was vast goed bedoeld, maar het sloeg me helemaal uit het veld. Hij benadrukte precies mijn diepgewortelde gedachten dat ik niet moest zeuren, flink moest zijn. Gedachten dat ik gewoon even naar de sportschool moest gaan om het eruit te pompen. En naar een feestje, leuk toch? Doe gewoon vrolijk, stel je niet aan! Dat waren ook de adviezen die ik kreeg als ik het met mijn vrienden probeerde te bespreken. Als man moet je sterk zijn en je eroverheen zetten. 

Thee met chocola

Na het intakegesprek belandde ik op een nieuwe wachtlijst en haakte ik af. Uiteindelijk kwam ik terecht bij een particuliere praktijk. Daar kreeg ik een jonge psycholoog die mij echt hoorde en met me meeleefde. Met hem bouwde ik de vertrouwensband op die essentieel is om te werken aan herstel. Die hele praktijk was fijn en warm. Het begon met een lieve receptionist. Zij kende na de tweede afspraak al mijn naam en gaf me thee met chocola. Zo’n persoonlijke benadering komt denk ik op veel plekken in het gedrang door de extreme werkdruk en alle achterstanden waar psychologen en psychiaters mee moeten omgaan. Als je het mij vraagt, is dat een enorm knelpunt voor goede zorg.’

 

Bart is 24 jaar en student

 

De Tentoonstelling

In de ‘Komt een mens bij de dokter’-tentoonstelling zie en lees je de verhalen van mensen die, hoe verschillend ze ook zijn, één ding met elkaar gemeen hebben: ze zoeken naar passende zorg.