Delen

Lidewij kreeg op haar 36ste een herseninfarct

Alle ballen in de lucht

Ik was altijd een superwoman. Ik vond dat ik alles moest kunnen: een fulltime baan, drie kinderen, een goede vriendin zijn, sporten, de familieweekenden organiseren en op de tafel dansen tijdens het uitgaan. ’Mama doet álles,’ riep mijn dochter altijd.

Ga ik dood?

Dat kwam tot stilstand toen ik op mijn werk een herseninfarct kreeg. Ik had van tevoren geen symptomen en ook het infarct zelf deed geen pijn. Pas in de ambulance realiseerde ik me de ernst van de situatie en bleef ik maar vragen of ik dood zou gaan. 

De paaseitjes kwijt

Na het infarct volgde een periode van revalidatie en – vooral – acceptatie. Ik ben er nog goed vanaf gekomen, maar ik kan niet meer fulltime werken en mijn geheugen hapert. Ik vergeet zelfs waar ik de paaseitjes heb verstopt voor de kinderen. En ik kan rustig drie keer dezelfde Allerhande mee naar huis nemen.

Jong en chronisch patiënt

Ik moest vooral wennen aan het idee dat ik zo jong al chronisch patiënt was geworden. Ik weet nog dat ik bij de neuroloog was en dat hij heel casual opsomde dat ik erfelijk belast was, levenslang pillen moest slikken en regelmatig op controle moest komen. Voor hem was het maar een klein infarct. Patiënten zoals ik zijn dagelijkse kost. Maar voor mij was het emotioneel. Ik was boos en gefrustreerd dat ik met beperkingen moest leven. Daar had hij weinig gevoel voor, zo leek het. 

Hangende pootjes

Tijdens de revalidatie was juist wel ruimte voor het mentale aspect. Ik wilde snel snel snel, alles achter me laten en weer aan het werk. De arts gaf me de ruimte om het op mijn eigen manier aan te pakken, maar was er ook voor me toen dat niet lukte en ik met hangende pootjes terug kwam. 

Wat als je niet zo mondig bent?

Mijn man en ik zijn mondig. We zaten overal bovenop, spitten rapporten en verslagen door. Ik kwam goed voor mezelf op. Ik heb me wel eens afgevraagd hoe mensen er vanaf komen die wat minder behendig zijn op dat gebied. 

Een eigen boek

Mijn grootste uitdaging was gas terugnemen. Meer balans tussen rust en inspanning. Vaker nee zeggen en om hulp vragen. Inmiddels lukt dat goed en heb ik mijn situatie geaccepteerd. Maar toen ik er nog mee worstelde ben ik dingen voor mezelf gaan opschrijven. Eerst in een soort dagboek, later heeft een bevriend journalist me geholpen en heb ik een boek uitgegeven: Superwoman. 

Ervaringen delen en elkaar steunen

Ik had het zelf prettig gevonden om destijds zo’n boek te lezen, want je vraagt je toch af hoe andere jonge vrouwen met zo’n onverwachte situatie omgaan. Ik krijg veel reacties van vrouwen die ook altijd honderd ballen in de lucht hielden maar plotseling door een burn-out, ongeluk of ziekte op zichzelf werden teruggeworpen. Het is fijn om ervaringen te delen en anderen tot steun te zijn.

 

Lidewij is 42 jaar en klantonderzoeker bij een bank

 

De Tentoonstelling

In de ‘Komt een mens bij de dokter’-tentoonstelling zie en lees je de verhalen van mensen die, hoe verschillend ze ook zijn, één ding met elkaar gemeen hebben: ze zoeken naar passende zorg.