“Dat Anne roze hulpverlening kreeg, was doorslaggevend voor de vertrouwensband die zij opbouwde met haar therapeut.”

Anne belandde op haar dertigste op de bank bij de praktijkondersteuner van haar huisarts. Aanleiding: ze zat in de knel met zichzelf. Anne wist niet hoe zij de negatieve gedachtes over zichzelf en gevoelens van angst over de wereld om haar heen kon stoppen. In samenspraak met de praktijkondersteuner werd Anne doorverwezen naar een roze psychotherapeut. De uiteindelijke diagnose die volgde: een depressie en een angststoornis als gevolg van ouder-kind problematiek. Dat Anne roze hulpverlening kreeg, was doorslaggevend voor de vertrouwensband die zij opbouwde met haar therapeut. Lees hieronder het persoonlijke verhaal van Anne, dat ons inzage geeft in de meerwaarde van gespecificeerde zorg voor lhbti personen.

Geschreven door: Lisanne de Berg

Een terugblik: Anne kwam uit de kast voor haar ouders toen ze 19 jaar was. Als jonge studente werd zij voor het eerst verliefd op een meisje, een collega in de muziekwinkel waar zij destijds werkte. Omdat de vlinders in haar buik niet weggingen en Anne ook zelf overtuigd was van het feit dat haar verliefdheid geen bevlieging was, raapte ze al haar moed bij elkaar om tijdens een bezoek aan haar ouders het nieuws te vertellen. De reactie die volgde was ontwrichtend. Hoewel Anne’s ouders niet gelovig zijn, strookte het nieuws dat Anne bracht niet met het wereldbeeld dat zij voor hun dochter voor ogen hadden. Ze waren gechoqueerd, snapten het niet en voelden zich voor de gek gehouden. Waarom had Anne dan op de middelbare school verschillende vriendjes gehad? Viel Anne altijd al op vrouwen, had ze hen voorgelogen? Was Anne’s verliefdheid niet een of andere fase en hoe zou de toekomst van hun kleinkinderen er dan uitzien?

Die roze bubbel voelde als een veilige thuishaven waar alles kon en niets te gek was.

Na haar coming out worstelde Anne ruim tien jaar met het contact met haar ouders. Anne zocht hen steeds minder frequent op en verbrak zelfs een tijdje het contact met haar moeder. Ondertussen verdiepte Anne zich steeds meer in wie ze was en ontdekte ze samen met haar queervrienden de lhbti-scene. Die roze bubbel voelde als een veilige thuishaven waar alles kon en niets te gek was. Een schril contrast ten opzichte van haar ouderlijk nest. De keren dat Anne dan toch de trein pakte richting haar ouders voor een bliksembezoek, voelde ze zich slecht: ze was gejaagd, had buikpijn en was angstig voor hun afkeurende of onbegrepen blikken. Het conflict in Anne groeide: als haar ouders haar niet accepteerden om wie ze was, hoe moest zij dat dan zelf doen? Aan de ene kant voelde Anne zich schuldig door het slechte contact met haar ouders. Zij had haar ouders iets aangedaan, zij was een slechte dochter geweest. Het voelde daarom ook alsof zij weer iets moest lijmen of goedmaken. Aan de andere kant was Anne boos en teleurgesteld. Hoe konden haar ouders hun dochter om zoiets wezenlijks afwijzen? Waarom hadden zij na haar coming out nooit doorgevraagd naar hoe het dan was ‘in die kast’, of simpelweg gezegd: “we houden van je zoals je bent”?

Omdat ik van tevoren van mijn therapeut wist dat ik in haar bijzijn zonder oordeel kon praten over mijn identiteitsproblematiek, durfde ik me makkelijker kwetsbaar op te stellen.

Dat Anne een roze psychotherapeut kreeg, was een belangrijke voorwaarde om de intensieve therapie goed te doorlopen. Omdat ze van tevoren wist dat haar therapeut gespecialiseerd was in problematiek van mensen zoals zij, voelde het veilig genoeg om open te zijn over haar issues. Het gaf Anne de ruimte om vanaf de eerste sessie een vertrouwensband met haar therapeut op te bouwen. “Want, zo stelt Anne, helaas zijn veel lhbti personen zelf getraind in de soms subtiele, soms overduidelijke blikken van verwarring of onbegrip als ze vertellen over hun geaardheid. Ook ik was een meester in het omzeilen van een gesprek over mijn seksuele voorkeur. Omdat ik van tevoren van mijn therapeut wist dat ik in haar bijzijn zonder oordeel kon praten over mijn identiteitsproblematiek, durfde ik me makkelijker kwetsbaar op te stellen. Dat heeft ontzettend geholpen in het verloop van mijn traject, en is iets wat ik alle lhbti personen toewens.”

Zolang we in een wereld leven waarin het nodig is dat lhbti personen zoals ik voor hun ouders, vrienden, kennissen en collega’s uit de kast moeten komen, zolang zal het nodig zijn om hulpverlening aan te bieden die zich specifiek richt op deze doelgroep.

Door haar persoonlijke ervaring met een roze psychotherapeut, begrijpt Anne waarom het belangrijk is dat er een gevarieerd aanbod bestaat in het soort hulpverlening dat er is. “Het is niet zo dat alle lhbti personen per se roze hulpverlening moeten krijgen, maar ik zie wel het belang ervan in om dergelijke gespecificeerde zorg aan deze doelgroep te kunnen bieden. Zolang we in een wereld leven waarin het nodig is dat lhbti personen zoals ik voor hun ouders, vrienden, kennissen en collega’s uit de kast moeten komen, zolang zal het nodig zijn om hulpverlening aan te bieden die zich specifiek richt op deze doelgroep.”

[De naam van Anne is in dit verhaal fictief gebruikt en een knipoog naar het hoofdpersonage uit de meerdelige LHBTI-serie Anne+. De echte naam is bij de redactie van Rutgers bekend. Herken je je in Anne’s verhaal en heb je ook behoefte aan roze hulpverlening? Bekijk Rozehulpverlening.nl voor meer informatie.]

Ga terug naar de homepage