"Mijn arts oordeelde niet en luisterde gewoon naar mijn verhaal."

Iris is een trans vrouw van 32 jaar oud. Ze woont in de randstad en is cameravrouw. Al op jonge leeftijd heeft ze het gevoel dat er iets niet klopt, maar ze weet niet goed wat er aan de hand is. Het is begin jaren ’90, en er is niet veel kennis beschikbaar over genderdysforie en trans personen. Wanneer ze de documentaire over Valentijn de Hingh ziet in 2007, herkent Iris zichzelf daar sterk in.
 

Geschreven door: Barbara Oud

“In de documentaire wordt de transitie van Valentijn negen jaar lang gevolgd. Al op jonge leeftijd is Valentijn vocaal genoeg om aan te geven wat er niet klopt. Toen ik de documentaire zag, kwam ik erachter dat er een naam was voor hoe ik me al jaren voelde en dat ik niet hartstikke gek geworden was. Op de middelbare school dacht ik dat namelijk wel altijd. Want welke jongen denkt nu dat hij een meisje is?”

“Door het kijken van de docu kwam ik erachter hoe het met mij zit, maar daar wilde ik het op dat moment bij laten. Ik was er nog niet klaar voor om in transitie te gaan. Ik wist ook niet zo goed hoe ik het vrouw zijn voor me zag. Ik dacht dat ik daar vanzelf wel achter zou komen, maar dat bleek niet zo te zijn.”

 

Paniekaanvallen
“Ik liet mijn haar groeien en begon vrouwenkleding te dragen. Toen ik een jaar of twintig was, werd ik voor het eerst voor een meisje aangezien op school. Toen had ik eindelijk het gevoel dat ik wist waar ik bij hoorde. Dat was echt een duidelijk teken. Toch zocht ik nog geen hulp, omdat ik niet goed wist waar ik moest beginnen. Ik kreeg psychische klachten, had paniekaanvallen en op een gegeven moment kon ik niet of nauwelijks meer slapen. Daardoor kwam ik ´s nachts een keer bij de spoedpost terecht. Daar werd me gevraagd of ik wist waar de paniek vandaan kwam. Ik vertelde dat ik wist dat ik een trans vrouw ben. Toen is het balletje gaan rollen en kwam ik bij de huisarts terecht.”

 

Naar de huisarts
“In eerste instantie sprak ik een vervangende huisarts. We hadden echt een fijn gesprek. De arts had door dat hij iemand voor zich had die het even niet meer wist. Hij oordeelde niet en luisterde gewoon naar mijn verhaal. Hij vroeg of ik al bij een psycholoog liep. Hij zei: “Het lijkt me belangrijk dat je hier ondersteuning bij krijgt, want dit lijkt me heftig voor je.” Met mijn eigen huisarts heb ik eigenlijk ook alleen goede ervaringen.”

“Toch heb ik niet alleen goede ervaringen met zorgverleners gehad. Zo kwam ik eens bij een keuringsarts voor de aanvraag van een rijbewijs, die me ´twijfelvragen´ stelde. Hij trok mijn trans zijn in twijfel, door bijvoorbeeld te vragen waarom ik dacht dat ik trans ben. De huisarts vertrouwde dus mijn oordeel over mezelf, terwijl de keuringsarts dat niet deed. Dat was een enorm verschil.”

 

Onwetendheid
Een andere keer moest ik naar de spoedpost in verband met een allergische reactie. Op dat moment was mijn naamswijziging nog niet officieel. In mijn dossier stond dus mijn oude naam. Mijn moeder was mee en zij noemde me tijdens het bezoek Iris. De arts raakte hier duidelijk van in de war. We legden de situatie uit en hij leek oprecht nieuwsgierig. Ik merk dan wel dat er nog veel onwetendheid is en dat mensen daardoor soms opvallende vragen stellen. Zo vroeg deze arts of ik nog lang hormonen moest slikken voordat mijn stem zou veranderen. Ik was met stomheid geslagen dat een arts me die vraag stelde. Van zorgprofessionals verwacht ik toch basiskennis op dit thema.”

 

Goede zorg
“Een goede arts trekt mijn verhaal niet in twijfel en oordeelt niet. Bovendien heeft een arts die zorg op maat biedt basiskennis over genderdysforie en houdt die er rekening mee dat mijn transitie invloed kan hebben op mijn gezondheid. Als ik een klacht heb, kan die soms verklaard worden door de hormonen die ik slik, maar daar wordt niet altijd rekening mee gehouden.

Voor mensen met vragen over gender is het ook belangrijk om al in een vroeg stadium aangemeld te worden voor de genderpoli. Daar moet je als arts niet te lang mee wachten, zeker niet gezien de lange wachttijden. Die tijdige doorverwijzing is zo belangrijk. Het kan mensenlevens redden als dit op een goede manier gebeurt.”